Rekenkundige rijen en sommen begrijpen
Domein D · Veranderingen
Gebruik uₙ = u₁ + (n − 1)d. De som is het aantal termen maal het gemiddelde van de eerste en laatste term.
Bij dit onderwerp werk je aan expliciete formules en sommen bij een vast verschil. De opgaven hebben één of meer deelvragen. Na het insturen zie je per deelvraag de berekening en de uitkomst.
Zo oefen je dit onderwerp
- Lees de gegevens en bepaal welke grootheid je moet berekenen.
- Gebruik uₙ = u₁ + (n − 1)d. De som is het aantal termen maal het gemiddelde van de eerste en laatste term.
- Vul je antwoord in als getal, breuk of rekenuitdrukking. Gebruik bijvoorbeeld
3/4ofsqrt(2). - Vergelijk je aanpak met de uitwerking. Genereer daarna een nieuwe variant.
Exacte rekenuitdrukkingen worden numeriek gecontroleerd. Rond alleen af als de vraag dat aangeeft. Vrije bewijzen worden niet automatisch beoordeeld.
Rekenkundige rijen en sommen in VWO 5 · Wiskunde C
Je bouwt in dit leerjaar de vaardigheden op die later in samengestelde examenopgaven terugkomen.
De bibliotheek bevat originele, automatisch samengestelde oefeningen. Bij een nieuw verzoek worden parameters opnieuw gekozen; herhaling is mogelijk. Keuzeonderwerpen en de exacte leerjaarvolgorde verschillen per school.
Bekijk de officiële vakstructuur bij SLO ↗