Uitleg: Rekenen met complexe getallen
Domein E · Complexe getallen
Werk haakjes uit met i² = −1. Bij delen vermenigvuldig je teller en noemer met de geconjugeerde.
Bij dit onderwerp werk je aan optellen, vermenigvuldigen, modulus en geconjugeerde. De opgaven hebben één of meer deelvragen. Na het insturen zie je per deelvraag de berekening en de uitkomst.
Hoe oefen je rekenen met complexe getallen?
- Lees de gegevens en bepaal welke grootheid je moet berekenen.
- Werk haakjes uit met i² = −1. Bij delen vermenigvuldig je teller en noemer met de geconjugeerde.
- Vul je antwoord in als getal, breuk of rekenuitdrukking. Gebruik bijvoorbeeld
3/4ofsqrt(2). - Vergelijk je aanpak met de uitwerking. Genereer daarna een nieuwe variant.
Exacte rekenuitdrukkingen worden numeriek gecontroleerd. Rond alleen af als de vraag dat aangeeft. Vrije bewijzen worden niet automatisch beoordeeld.
Rekenen met complexe getallen in VWO 5 · Wiskunde D
Je bouwt in dit leerjaar de vaardigheden op die later in samengestelde examenopgaven terugkomen. Wiskunde D kent geen centraal examen; je school bepaalt de toetsing in het PTA.
De bibliotheek bevat originele, automatisch samengestelde oefeningen. Bij een nieuw verzoek worden parameters opnieuw gekozen; herhaling is mogelijk. Keuzeonderwerpen en de exacte leerjaarvolgorde verschillen per school.
Bekijk de officiële vakstructuur bij SLO ↗